Drie voorspellingen voor 2018

 763

 

Dit zal 2018 zijn: Imke Courtois wordt een rolmodel, de trollen sluiten de gelederen en de zalm ligt te spartelen op het droge. Mijn drie voorspelling voor het medialand!

Het gespartel van de zalm

De grootste knal van het jaar wordt het verdwijnen van de Morgen. De langgerokken doodstrijd met krimpende cijfers sleept tien jaar aan. De pijngrens is bereikt. Momenteel verkoopt de krant minder dan 40.000 stuks.

De voorbije maanden werden de geruchten steeds luider: in de boekentas van grote baas Christian Van Thillo steekt een scenario waarbij de Morgen terugplooit op een website, met een papieren magazine op zaterdag. Bovendien is hij met dit scenario aan het leuren bij concurrent Roularta.

Dit is mijn voorspelling voor 2018: hoofdredactrice Ann Govaerts overziet binnenkort enkel nog een website en een weekend-magazine. Bad!

De vrouwelijke TV-persoonlijkheid

In 2018 zien we de doorbraak van de vrouwelijke TV-persoonlijkheid, overwaaiend uit de VS waar het genderevenwicht op het scherm een media-wet is geworden.

Het Vlaamse pad werd geëffend door voorloper Imke Courtois, die een poging doet tot voetbalcommentaar en altijd een beetje zit te sterven naast de weergaloze Jan Mulder. Er zijn in haar plaats dozijnen grotere voetbalexperten te bedenken, maar die hebben als man jammer genoeg de foute chromosomen-combinatie.

Dit is mijn voorspelling voor 2018: we zien TV-vrouwen verschijnen die nauwelijks expertise hebben, maar als TV-persoonlijkheid geliefd zijn bij TV-kijkend Vlaanderen. Ze zullen het genderevenwicht herstellen en blondweg hun mening geven over alles en nog wat meer. Sad!

My kingdom for a troll

Een trol is een anonieme ruziestoker op sociale media. In de VS werd Trump bijgestaan door Russische trollen. In de Franse presidentsverkiezingen heeft zich waarschijnlijk hetzelfde voorgedaan. En kijk: eind dit jaar wenkt de Belgische stembus en nu al zie je trollen opduiken. Niet Russisch, maar trolshopen van eigen bodem. Wie vandaag op twitter of facebook iets linkserigs durft schrijven, wordt onmiddellijk opgejaagd door rechtse trollen die over NV-A debatfiches beschikken en zes volgers hebben. Deze valse accounts bouwen de volgende maanden verder aan hun netwerk om tegen de zomer elke kritische noot op sociale media te bedelven onder massaal veel getier en gescheld.

Dit is mijn voorspelling voor 2018: de trol wordt hét wapen op de sociale media. Fake!

“Het trio van 2018: fake, sad & bad”

 

Jihad op de VRT

vrt-studio

 

Jihad is ongetwijfeld een aangename juffer, maar van sociale media heeft ze geen kaas gegeten. Toch haalde de VRT haar binnen als sociale media experte. En daar begon het gedonder.

De nieuwsredactie van de VRT was op zoek naar een sociale media experte. De VRT-ombudsman Tim Pauwels spreekt over ‘een lange, open procedure met 120 kandidaten waaruit ze naar boven kwam als de beste kandidate.’ Hij schrijft woordelijk: ‘Jihad Van Puymbroeck is aangeworven voor haar competenties inzake sociale media.’

Daar ligt een probleem. Deze experte heeft eigenlijk geen notie van wat sociale media precies zijn. Enkele jaren geleden loste ze deze tweet:

“BDW laat me denken aan Hitler. Zo zijn manier van praten.”

En deze:

“Nva van mijn kluteee.”

Mocht ze beseffen hoe online media werken, had ze die berichten nog snel gewist vooraleer ze de VRT-redactie binnenstapte voor de sollicitatie. Dat heeft ze nagelaten en nu bijten deze tweets in haar kuiten. Wat had ze dan verwacht? Dat in deze gepolariseerde tijden niemand haar digitaal verleden zou controleren?

Voor alle duidelijkheid: het kan mij geen jota schelen wat de politieke voorkeur van VRT-journalisten is. Of ze Ivo Belet, Siegfried Bracke of Jihad Van Puymbroeck heten.

Maar ik zie Martine Tanghe, Phara de Aguirre of Kathleen Cools nog niet zo snel ‘Nva van mijn kluteee’ op Twitter posten. Dat schaadt je geloofwaardigheid en de geloofwaardigheid van een journalist is het ware kapitaal van een nieuwsdienst.

Ter verdediging lees ik dat deze experte nog zeer jong is en daarom beginnersfouten mag maken. Maar geldt dat ook voor de personeelsafdeling van de VRT? Elke werkgever controleert het digitale profiel van sollicitanten. Enfin, ik doe dat toch, altijd. Dat mag, zegt de rechter. Een werkgever mag kandidaten weigeren, zelfs bestaande werknemers ontslaan omwille van hun online verleden. De arbeidsrechtbank van Luik keurde vorige maand een ontslag om dringende reden goed omdat het personeelslid anti-Joodse berichten op facebook had geliket. Niet eens gepost. Gewoon geliket.

De personeelsdienst van de VRT heeft nagelaten om haar nieuw personeelslid te vragen deze tweets te verwijderen en zo een voorspelbare aanval op de VRT te voorkomen. Die fout heeft het imago van de redactie ingedeukt. De echte slachtoffers van deze affaire zijn de echte journalisten op de VRT-nieuwsdienst. Ik zou wel eens een vlieg aan de Reyerslaan willen zijn, wanneer Jihad later deze week in de lift staat met een Martine Tanghe, een Phara de Aguirre of een Kathleen Cools.

The Blame Game

star-trek-discovery-trailer-klingon-750x480

 

‘The Blame Game’ is een schitterende politieke techniek. Je verschuift de schuld naar iemand anders. Bij voorkeur iemand die het echt niet zag aankomen.

Uit eigen ervaring kan ik deze methode van harte aanraden. Een nieuw bankje, ergens in een straat? Onze politicus zat er als eerste op. Journalisten opgetrommeld. Blije buurtbewoners naast hem in de zon. Leuke foto’s in de gazet. Iedereen content. Tel uit je stemmenwinst.

Er waren natuurlijk ook malcontenten die het nieuwe stratenplan maar kut vonden. Dan verwezen we onmiddellijk naar de coalitiepartner. Het was hun fout! Want “ja, we vinden het ook kut. Maar u kent ze, nietwaar mevrouw. Het zijn koppigaards, die van die andere partij.”

The Blame Game is een klassieker in politieke communicatie en ik bemerk nu een nieuwe, opwindende variant in Gent. Die gaat zo.

Sommige middenstanders kreunen daar onder het plan-Watteeuw, dat auto’s zo veel mogelijk uit de stad wil houden. En het ging al niet zo denderend. Het arrondissement Gent scoorde reeds het jaar voordien een historisch record in faillissementen. Deze laatste disruptie is voor sommigen gewoon de druppel teveel. Natuurlijk laten deze neringdoenders zich al eens gaan op de sociale media: ‘Gent is door die West-Vlaamse pipo onbereikbaar geworden!’

Dan staat onmiddellijk een reeks activisten recht die de tegenactie inzetten. De journalist Bert Staes bijvoorbeeld schrijft vandaag in zijn krant De Gentenaar: “Onze redactie loopt niet over van enthousiasme telkens een mail binnenloopt van een verontwaardigde handelaar die het circulatieplan beschuldigt van alle kwaad. (…) Wint er iemand iets bij? Bij De Gentenaar denken we van niet. Noch de Gentenaars zelf, noch de lokale middenstanders worden er beter van.”

Ander voorbeeld: de winkel ‘de Krat’ sluit met een klap de deuren, na een omzetdaling met ruim 20%. De twitter-activiste @Mamiracoli tweet: ‘Misschien gaan mensen niet meer naar die winkel omdat ze mopperen over het circulatieplan?’

Nog meer? Retailspecialist Gino Van Ossel (Vlerick School): “Ga niet overal uitkramen dat het slecht gaat. Als iedereen hard roept dat het een bloedbad is, dan creëer je een bloedbad. Dan komt niemand meer.”

Dit is gewoon geniaal. Als in Gent omzet verloren gaat, komt dat niet door het circulatieplan maar door negatieve tamtam. En die negatieve tamtam wordt getrommeld door boze middenstanders. Aldus: de oorzaak van de problemen ligt bij de boze middenstanders.

Dat is de klassieke techniek van ‘The Blame Game’. De negatieve gevolgen van een politieke beslissing worden weggeschoven van de politicus die deze beslissing genomen heeft. Je legt de schuld bij iemand anders. Het buitengewone van deze variant is de wreedheid ervan: je schuift de schuld bij het slachtoffer.

En daar ligt het belangrijkste verschil. In de old school-variant van ‘The Blame Game’ geef je de schuld aan andere politici. Die moeten daar tegen kunnen. Politiek is een full contact sport. Maar deze nieuwe versie hakt in op een gewone burger, die zich niet kan verweren en bovendien met zijn winkel al diep in de shit zit. Het is nieuw. En het is niet fraai.

 

PS. Nee, de foto bovenaan heeft niks met het artikel te maken. Ben gewoon een klingon-fan in Star Trek. Quapla’ !

 

Haaien op je scherm

DIS4F4JWsAA14QI

Deze foto is 89.000 keer gedeeld: pas op voor haaien in de overstroomde straten van Houston. Compleet vals. Photoshop. Er zwemmen geen haaien door de straten van Houston. Maar er zijn ook minder grappige valse berichten uitgestuurd.

Zoals een foto van Obama die voedsel uitdeelt (‘in tegenstelling tot Trump die golf aan het spelen is’). Vals. De foto dateert van 2015. Of het bericht dat zwarte demonstranten van de Black Lives Matter-beweging ambulances en hulpdiensten blokkeerden. Vals.

Dit is niet meer bedoeld als een grap. Deze valse berichten worden ingezet als een politiek wapen, met de bedoeling twijfel te zaaien en reputaties te vernielen. Met de Belgische verkiezingen over een goed jaar mogen we ons wellicht aan meer van hetzelfde verwachten. Er doen veel wilde verhalen de ronde over social targetting. Hoe een nieuwe generatie van marketeers het surfgedrag van de Britten en de Amerikanen heeft gekocht. En daarmee de Brexit en de overwinning van Trump kon uitlokken. Neem dat met een korrel zout.

Ik hou het hier bij wat we écht weten. Wat is er nodig om van een leugen een wapen te maken?

1. Fake news moet je lanceren op een druk moment op sociale media. Een apocalyptische overstroming met dertig doden is een goed moment. De emotionele overbelasting bij de lezer maakt het moeilijk het verschil te zien tussen de waarheid en een goed geconstrueerde leugen.

2. Je hebt een groep fans (vrienden, volgers) nodig. Zij krijgen je bericht als eerste te zien. De  meeste Belgische politieke partijen zijn al klaar met het opbouwen van hun fangroepen. Een Vlaamse politieke partij komt met hun welgekozen kopstukken al snel aan 200.000 volgers.

3. Je fans kunnen sharen, retweeten, het bericht verder de wereld induwen naar hun vrienden. Als 1% van je fans (met gemiddeld elk 200 vrienden) dit wil doen, bereik je nog eens 400.000 andere mensen.

4. Maar de gouden graal ligt nog een stap verder. Eigenlijk wil je dat iedereen je vals bericht oppikt. En dan kom je al een heel eind met pakweg 100 euro. Daarmee bereik je op facebook de vrienden van je vrienden. Of op Twitter de entourage van een persoon die je zelf kiest. Ook hiermee zijn de meeste Belgische politieke partijen volop aan het experimenteren. In eerste instantie wil men je email-adres te pakken krijgen, als sleutel naar je social media-profiel.

5. Nu kom je aan het delicate punt: je vals bericht is verspreid, maar zal het ook geloofd worden? Twee tips.

  • Als je doelwit meerdere keren hetzelfde bericht ziet opduiken, groeit de neiging om het te geloven. Immers, als veel van zijn vrienden en kennissen het geloven zal er wel iets van aan zijn, nee?
  • Daarnaast moet je de herkomst van het bericht camoefleren. Als je doelwit niet doorheeft waar het bericht vandaan komt, groeit de kans dat hij/zij het bericht gelooft. Je stuurt het bericht niet vanuit een politieke partij, maar vanuit een fake profiel dat ogenschijnlijk geen politieke banden heeft.

Voor de verkiezingsstrijd van volgend jaar mogen we ons aan een barrage verwachten van leugens om de tegenstander te schaden.

Wat kan een politicus doen als hijzelf het slachtoffer wordt van fake news? Belangrijk is reactiesnelheid. Je kan social media niet stilleggen door een perscommuniqué te faxen naar de kranten. Gebruik diezelfde social media om onmiddellijk te counteren, ontmasker de zender en gooi er wat geld tegenaan om hetzelfde bereik te krijgen.

Maar dat veronderstelt natuurlijk dat je vooraf al een grote fangroep hebt verzameld én weet hoe je die ruimere cluster kan kopen. Je moet nu al een beetje haai zijn, om volgend jaar te overleven tussen de andere haaien.

 

 

‘De truuk van de goochelaar’

goochelaar

Het is een gedurfde techniek voor politieke spinners. De ‘truuk van de goochelaar’ is moeilijk en vraagt veel lef. Maar als het werkt… werkt het als een droom.

Even enkele uren terug in de tijd. De dag dat de Lijn haar jaarverslag moet presenteren. Die dag was vandaag. Een pijnlijke dag. Je zal maar als topman van de Lijn achter die tafel zitten en kop-in-kas mapjes uitdelen met afgrijselijke resultaten:

  • 11 miljoen minder reizigers
  • de ­helft van de bussen en trams rijdt niet op tijd
  • een kwart van de klanten klaagt over onvriendelijke chauffeurs

Dat lijkt niet te verdedigen. Hoe pak je dat aan? Marc Descheemaecker, voorzitter van de Raad van Bestuur, heeft iets voorbereid. Een communicatiestrategie voor één dag. En het is een schoontje geworden, dat mag gezegd worden.

Descheemaecker gaat tijdens de voorstelling van het jaarverslag brutaal in de aanval. Hij haalt uit naar politici: “Sommige politici vinden het nogal gemakkelijk om op de kop van De Lijn te kloppen met verdraaide cijfers en verkeerde argumenten.”

Hij attaqueert zonder enige waarschuwing de Gentse en Antwerpse schepenen Watteeuw en Kennis, omdat die fake news over zijn bedrijf verspreiden. Ze klagen over te weinig bussen. Ze geven verkeerde argumenten. De Lijn is een slachtoffer van leugenachtige politici!

Kan hij zo de aandacht van zijn eigen dramatisch jaarverslag afwenden? Is het zo simpel? Ja hoor. Even de nieuwswebsites nakijken: zowel De Morgen, Het Laatste Nieuws als De Standaard komen met letterlijk dezelfde kop.

Marc Descheemaecker: “Het moet gedaan zijn met kappen op De Lijn”

De resultaten van zijn jaarverslag staan niet eens op het scherm. Die kan je slechts vinden via een link onderaan het artikel. De schaamtelijke cijfers blijven uit het zicht.

Het is een klassieker uit het arsenaal van de spinners. Het is de ‘truuk van de goochelaar’. Je kijkt naar de ene hand waar iets spectaculairs gebeurt, en je vergeet te kijken naar de andere hand die de goochelaar verborgen wil houden.

Hoe voer je de ‘truuk van de goochelaar’ uit als je slechte persartikelen verwacht? Je volgt dit drie-stappen-plan:

  • je valt met luide stem een buitenstaander aan. De verraste journalisten schrijven maar al te graag over een straatgevecht. Artikel 1 in de kranten: Marc Descheemaecker: ‘Het moet gedaan zijn!’.
  • de persoon die je aanvalt, wordt door de journalisten om een reactie gevraagd. Die laat natuurlijk de kans niet liggen om zelf in het nieuws te komen. Artikel 2 in de kranten: Schepen Watteeuw: ‘Ik ben verbaasd.’
  • een hooggeplaatste (de CEO van de Lijn? De voogdijminister?) komt tussen ‘om de gemoederen te bedaren’. Artikel 3: zullen we lezen in de loop van morgennamiddag.

En zo glijden 24 uur voorbij. De nieuwscirkel is uitgerold en valt stil. Het jaarverslag 2016 van de Lijn is morgennamiddag oud nieuws. Het zal niet meer de frontpagina’s halen. Nagenoeg niemand zal gelezen hebben dat de Lijn vorig jaar 11 miljoen minder reizigers telde. En zo heeft de top van de vervoersmaatschappij dit jaar weer overleefd. Hoedje af, mijnheer Descheemaecker! Zeer knap gegoocheld!

Naschrift één dag later: zoals voorspeld komt vandaag voogdijminister Weyts de golven bedaren. De minister trekt de cijfers uit het jaarverslag in twijfel. Dit bericht verschijnt onderaan de nieuwswebsites van De Morgen en De Standaard, als ongeveer het twintigste item. Het Laatste Nieuws brengt de reactie van de minister in het Vlaams Parlement niet.

 

f-twee en Stapel zeggen ja

fusieprent

 

“We willen jullie erbij”, zei ik. Daar keken ze van  op, Marlies en Bart van Stapel. Na een lange stilte en zeer traag nippen aan de koffie kwam de vraag: “Waarom, eigenlijk?”

“Omdat wij bij f-twee in het geheim fan zijn van jullie werk.”

Je zegt dat niet zo vaak, van een concurrent. Stapel is een klein Gents bedrijf dat bladen maakt, net zoals wij bij f-twee. Hun liefde voor het vak spat eraf. Passie en brains: het is de meest aantrekkelijke combinatie in dit vak, eigenlijk in het leven tout court.

Die eerste dag ging ik met een goed gevoel naar huis: “We zeggen niet nee”, was hun reactie.

Er volgden lange gesprekken. Geen fusie-onderhandelingen, maar diepgravende discussies over de toekomst van de communicatie. Welke plek wij daarin voor onszelf wilden reserveren.

Hoe verschillend de aanpak van Stapel en f-twee ook mag zijn: wij delen dezelfde liefde, de liefde voor papier. We zijn ook niet echt goed in compromissen, dat ­bleek nog zo’n gemeenschappelijk trekje: we willen de beste bladen voor de fijnste klanten. Onze boekhouders snapten niets van heel de onderhandeling.­

“We zijn makers, bladenmakers.”

Het werd “ja”. We gaan in zee met elkaar. Niet omdat het financieel moet. Beide bedrijven doen het prima en sloten het voorbije jaar af met mooie, groene cijfers. Maar uit goesting. Met een scherpe focus: we zijn makers, bladenmakers.

Wat verandert er? Niets en veel. Niets voor onze bestaande klanten. Veel voor de toekomst van f-twee. We willen groeien, zichtbaarder worden. Dat zal ons de kans geven om nog meer talent aan te trekken. We hebben overigens op dit moment reeds een vacature voor een extra bladcoördinator…

We zijn, denk ik, zowat het enige bedrijf in het land dat gespecialiseerd is in magazines-in-opdracht. Rondom ons zien we de concurrenten-van-weleer zich gooien op content marketing, op customer relationship management en op brand activation. Laat me dat vertalen: ze worden een reclamebureau. Dat is niet ons pad. Wij blijven bladenmakers. Uit volle goesting.

De vraag is niet: wint Clinton?

donald-trump-make-america-great

Herfst arriveert in Manhattan als een verlossing. De temperatuur zakt naar 20° en het regent een half uurtje. De weermannen op het avondjournaal worden lyrisch alsof het de nederdaling is van de Heer Zelve, want in de waterreservoirs stijgt het water eindelijk een halve centimeter! En tegelijk spoelt de verse regen de hondenpis van vele weken van de straathoeken.

Voilà, tot daar het nieuws van de dag. En dat zes  weken voor de verkiezingen. Manhattan hangt vol reclame voor de nieuwe TV-serie Designated Survivor met Kiefer Sutherland (topserie! Onthou die titel, komt ooit wel eens bij ons op TV). Nergens in het straatbeeld zie je iets van de verkiezingen. Donald Trump is als presidentskandidaat en New Yorker in zijn thuisstad compleet onzichtbaar. De reden is simpel. De staat New York staat pal achter Hillary Clinton.

Het percentage zwevende, onbesliste kiezers is in Manhattan zo klein dat er zelfs geen campagne meer gevoerd moet worden. Dat is trouwens een typisch Amerikaans fenomeen. Terwijl wij in België rekening houden met minstens 20% zwevende kiezers, blijft dat in de Verenigde Staten beperkt tot pakweg 8%. Er zijn nauwelijks battle states waar de uitslag nog niet vaststaat. Trump doet nog af en toe een poging om de amusementswaarde op te drijven. Maar Clinton wint gewoon, saaiweg.

De vraag is niet ‘wint Clinton’, maar ‘verliest Facebook’?

Toch blijf ik ook deze Amerikaanse verkiezingen spannend vinden, maar om heel andere redenen. Ze zijn traditioneel het laboratorium voor onze verkiezingscommunicatie. De meest spannende vraag van deze verkiezingen is niet of Clinton wint, maar of Facebook verliest.

Bij de eerste Obama-verkiezing wierpen de digitale media zich op als de toekomst. De rest kon wel inpakken. De klassieke offline kanalen (advertenties in kranten, affiches, TV-spots…) zouden klappen krijgen. We zijn acht jaar verder. Zijn de voorspellingen uitgekomen? Niet echt. YouTube zou de klassieke TV-kanalen vervangen. Hm. Twitter zou de kranten vervangen. Hm. En burger-bloggers zoals ik hier, zouden de klassieke journalisten werkloos maken. Yeah right.

Alleen Facebook staat nog overeind en moet het in deze verkiezingen bewijzen. Kan het aanspraak maken op de titel van ideaal kanaal om kiezers te bereiken, en zo de verkiezingsbudgetten binnenhalen?

En dan kwam dat leugentje.

De aanloop verliep alvast niet zoals Zuckerberg & co gehoopt hadden. Eerst was er dat leugentje. Facebook moest enkele weken geleden toegeven met de statistieken te knoeien over de kijkduur bij filmpjes op Facebook. Dat werd bijzonder genant. Adverteerders konden er niet mee lachen. Vice President David Fischer stuurde excuses de wereld in, maar nam de ongerustheid niet weg. De geheimzinnigheid waarmee het merk zichzelf omgeeft, versterkt alleen het wantrouwen bij de adverteerders. Gaat facebook ook met andere statistieken ‘creatief’ om?

En toen dook het stomme-film-probleem op. Facebook wil evolueren van muur vol fotootjes, naar wall vol filmpjes. Daarmee is de jacht ingezet op de TV-spots. De budgetten voor verkiezingsfilmpjes schuiven dan naar Facebook. En dat is een pak geld.

Maar volgens een recent onderzoek kijken we naar Facebook met het geluid uit! Het ideale facebook-filmpje lijkt dan op iets uit de tijd van de stomme film, met tekst die in het beeld verschijnt (dan krijg je dit soort draken: Facebook filmpje Hillary Clinton).

Dat trekt – vermoed ik – een streep door veel plannen, wereldwijd. In Gent bijvoorbeeld, ten huize van de familie Balthazar waar broer Tom burgemeester wil worden en broer Nic filmregisseur is. Die zitten wellicht al met mini-scenario’s voor de komende campagne in hun hoofd. Zonder klank, dan maar?

Kortom, Facebook wil de budgetten binnenharken, maar de reclamejongens hebben zo hun twijfels over de statistieken van Facebook, en nu moeten ze zichzelf ook nog beperken tot een soort stomme film, met ondertitels. Nee, dat zal hen niet overtuigen om van Facebook het numero uno-kanaal in verkiezingscommunicatie te maken.

Vandaar mijn pronostiek voor de presidentsverkiezingen 2016: Clinton wint, Facebook verliest.

Barbara Streisand kon Termont waarschuwen

Barbra_Streisand_1892

 

Daniël Termont ligt aan het zwembad van Barbara Streisand in Malibu. Hij nipt aan een gin tonic. Streisand borst-slagt door het water. Haar neus splijt de wateren als de boeg van een kano. Ze hijst zich uit het zwembad, vleit zich naast Daniël.

Dat is dus nooit gebeurd. En dat is bijzonder jammer want dan had ze hem kunnen waarschuwen voor het Streisand-effect. Het had de burgemeester veel ellende bespaard.

Het Streisand-effect is een fenomeen in de communicatie-leer dat naar haar genoemd is. Dat kwam zo. De fotograaf Kenneth Adelman maakte rond de eeuwwisseling 12.000 foto’s van de stranden van Malibu. Hij wou de erosie van de kustrotsen aantonen en plaatste de beelden online. Op één daarvan (nummer 3850) was de villa van Streisand te zien.

Barbara Streisand vond dat een schending van haar privacy en eiste 50 miljoen dollar schadevergoeding. Ze verloor de rechtszaak, maar daarmee stopte het niet. Voordien was de foto op de website zes keer bekeken (waarvan twee keer door haar advocaten). In de maand van de rechtszaak werd de foto door 420.000 mensen aangeklikt.

Een Streisand-effect ontstaat wanneer men een nieuwsgolf wil stoppen die niet bestaat (6 keer bekeken), maar die nu wel op gang komt (420.000 keer bekeken) ten gevolge van deze poging.

Wel, dat heeft Daniël Termont ook gepresteerd. Optima gaat failliet. Journalisten bellen hem. Eentje is vrij agressief van toon. Termont – onvoorbereid – antwoordt in het lang en het breed. De daarop volgende dagen verschijnen een paar achtergrondstukken.

“En dan zet de burgemeester zelf een filmpje op facebook.”

Geen smoking gun. Er is geen aanwijzing van enig gesjoemel door de burgemeester. Daniël Termont heeft gewoon zijn job gedaan, op een integere manier. Dit non-verhaal sterft een stille dood. Maar de burgemeester zet plots een filmpje op facebook waarin hij herhaalt en herhaalt en herhaalt dat hij niet bij Optima betrokken is. 48.000 mensen hebben het filmpje bekeken. Het is de talk of the town. En dus wordt het nieuws. Plots storten tientallen journalisten en nog meer politieke medewerkers van de oppositie zich op het dossier.

Termont wou een nieuwsgolf stoppen die niet bestond en heeft die nu zelf op gang getrokken.

“Dit wordt een van de langst uitgerokken Streisand-effecten in de geschiedenis van de Streisand-effecten.”

Hoe leg je een Streisand-effect terug stil? Je gaat in een hoekje zitten en zwijgt. Geen commentaar meer. Stilte wordt het ordewoord.

Helaas, daar gaat men opnieuw in de fout op een grandioze manier. De volgende dagen geven socialistische politici in volledige krantenpagina’s hun eigen commentaar op Optima en Termont. Ze houden de Gentse burgemeester in de actualiteit. Hij krijgt bijna evenveel coverage als de CEO van Optima zelf. En het einde is nog niet in zicht.

Er komt een Optima-onderzoekscommissie op Gents niveau (gevraagd door sp.a-Gent, met de steun van sp.a-voorzitter Crombez) en daarna een Optima-onderzoekscommissie op federaal niveau (gevraagd door sp.a nationaal). Het eindrapport verschijnt ten vroegste over vijf maand. Dit wordt een van de langst uitgerokken Streisand-effecten in de geschiedenis van de Streisand-effecten.

Elke dag waarin de-volksjongen-burgervader in één adem vernoemd wordt met de-sjoemelende-bankier, verliest hij 500 stemmen. Als hij er 15.000 verliest is de Gentse coalitie haar meerderheid kwijt.

Jammer dat hij op een boot zat en niet aan het zwembad lag met Barbara Streisand. Ze had hem kunnen waarschuwen voor het Streisand-effect. Het had hem zoveel ellende bespaard.

‘Welkom in de wereld van het grote geld!’

piqueur

Voor het eerst in mijn carrière zette ik een klant aan de deur. Dat was vijf jaar geleden. Dat was Optima.

‘Welkom in de wereld van het grote geld.’ Zo onthaalde CEO Jeroen Piqueur (foto) nieuwe rekruten bij Optima. De nieuwkomers wreven zich de ogen uit bij de bling bling die de Optima-top tentoon spreidde. De Rolls-Royce, het yacht, de jet. Jeroen Piqueur wist jonge verkopers een wortel voor te houden.

Ikzelf werd binnengeleid via de zijdeur. Optima had een eigen magazine, Capital genaamd. Het verscheen in het Nederlands en het Frans. Gelukkig niet in het Duits. Een titel als Das Kapital zou niet echt bij de bedrijfscultuur van Optima passen.

Dat blad liep stroef en dus werd de hulp ingeroepen van mij en mijn medewerkers. No problemo. Magazines hebben weinig geheimen voor ons en het startte als routine. Maar dat veranderde al snel.

We kregen een tijdlijn van de heer A., maar dan zou het blad verschijnen na een tennistornooi. En dat was een gigantisch probleem voor mevrouw B., die het Optima-tornooi organiseerde en de sponsors ruimte in het blad beloofd had. Foutje? Niet echt, een bewuste sabotage. De heer A wou mevrouw B tegen de muur laten lopen.

Ik kreeg van de heer C de opdracht een lagere prijs te negociëren met de drukker van het magazine en wat freelancers. Maar dat waren allemaal chou-chou’s van mijnheer D, die meteen heisa maakte. Ongelukkig toeval? Niet echt, ik zat klem in een machtsstrijd tussen de heren C en D.

En dan was er nog mevrouw E, familielid van Jeroen Piqueur, die wankel op de benen stond door een erg publieke echtscheiding, zo wist de Story te melden. Een roedel alfa-honden bestaande uit mijnheer F, mijnheer G en mijnheer H zette meteen de aanval in – grommend naar een hogere positie en dito wedde.

 

“Ik zat in een aflevering van Game of Thrones, ergens in het zesde seizoen. Maar ik had de vijf voorgaande seizoenen niet gezien. Wie was in oorlog met wie?”

Dit lijstje kan nog een tijdje doorgaan, maar u hebt het ondertussen wel begrepen. Het magazine was een wapen. Niet om klanten te winnen, maar om de positie van beter-verdienende collega’s te ondergraven. Ik zat in een aflevering van Game of Thrones, ergens in het zesde seizoen. Maar ik had de vijf voorgaande seizoenen niet gezien. Wie was in oorlog met wie? Iedereen met iedereen?

Al snel werd er aan mijn mouw getrokken. Of ik zelf geen klant wou worden van Optima? Een Tak-21-verzekeringetje? Beleggen in een beetje vastgoed? Nee dank u, zei ik automatisch. Dit bedrijf had geen moreel kompas. Niet het soort mensen waaraan je de eigen spaarcenten toevertrouwt.

Dat automatisch antwoord was de klik. Ik vroeg me plots af of ik wel goed bezig was. Los van het feit dat het werken ons wel bijzonder moeilijk gemaakt werd, dook ook een vreemd schuldgevoel op. Is het eigenlijk wel ok om reclame te maken voor een bling bling façade waarachter zeer foute mensen schuil gaan? Als ik zelf geen cent aan Optima wou toevertrouwen, kon ik dan Optima helpen om het geld van anderen binnen te harken?

’s Avonds schreef ik een vriendelijke bedankbrief. Ik becijferde in mijn hoofd nog snel de winst die ons bedrijf misliep, zuchtte even en zette mijn handtekening. Het was de eerste keer in mijn 25-jarige carrière dat ik een klant aan de deur zette. Dat was vijf jaar geleden. Dat was een prima beslissing.

 

De namen van deze Optima-medewerkers liet ik bewust achterwege. De verantwoordelijkheid ligt vooral hoger. Die namen zijn:

Raad van Bestuur Optima

  • Jeroen Piqueur
  • Danny De Raymaeker (ex-KBC)
  • Guido Segers (ex-KBC)
  • Jan De Paepe (ex-Fortis)
  • Ludo Swolfs (ex-Ernst & Young)
  • Marc Debaets (ex-Electrabel)

Directiecomité Optima

  • Danny De Raymaeker
  • Jan De Paepe
  • Peter Baert
  • Ludwig Caluwé
  • Jo Viaene
  • Koen Petit

 (foto : Emy Elleboog)

De Influencers

 

 

Ik had een eigen televisieprogramma bij de BRT en Paul Codde was verliefd op mij. Ik moest hem teleurstellen. Onbegrijpelijk, vond hij dat. Ik was blond, met blauwe ogen, werkte op de BRT en ik was… hetero!? Maar hij nam mijn ‘sorry’ als een  volbloed gentleman. Hij zou dan maar mijn mentor worden. Mijn beschermheer in het addernest aan de Reyerslaan! Mijn eerste werkpuntje was vestimentair.

‘Frank, heb jij geen kledingsponsor? Nee? Echt niet?’

Alweer knikte ik nee, en dus nam hij me mee naar een magazijn aan het Brusselse Zuidstation, een groothandel in merkkledij. We kregen elk een zwarte vuilniszak om te vullen. We graaiden in de rekken als kleuters in een speelgoedwinkel.

Er was maar één voorwaarde: elk kledingstuk moest te zien zijn op het scherm. Ik vond het een vreemde deal, maar leerde snel bij. De aftiteling van mijn  volgende uitzending liep nog over het scherm, toen mijn moeder thuis telefoon kreeg van wildvreemden met de vraag waar ik die geweldige trui gekocht had.

Het werkte. En daar stopte het niet. We werden ingehuurd om presentaties te doen, shows te begeleiden… Luc Appermont en Geert Hoste vroegen me om in te vallen, als zij een dubbele boeking hadden. Het betaalde niet slecht, helemaal niet slecht.

We hadden er een naam voor: schnabbelen.

Dat kwam gisteren allemaal even terug, op het Content Marketing Forum in Antwerpen. Dé marketing-hype van het moment zijn de influencers: een gamer post zijn voorliefde voor Burito-chips, een fotomodel neemt een selfie in een schoenenwinkel. Allemaal tegen betaling. Natuurlijk.

Vermits de groep onder de 25 jaar steeds minder TV kijkt, is de oude slogan ‘bekend van radio en TV’ compleet achterhaald. Bekend van instagram en snapchat is de nieuwe versie. Wie daar veel volgers heeft, kan influencer worden.En dat betaalt niet slecht, helemaal niet slecht.

Het is nog pril in reclameland, maar er groeit stilaan een hele industrie rond. De Gentse starter Influo maakt en verkoopt lijsten van influencers die zichzelf te huur aanbieden. Het Antwerpse bureau The Kube smokkelt tegen betaling producten in populaire blogs van BV’s zoals Erika Van Tielen. De VRT volgde voor Koppen Céline Schraepen en Talisa Loup die mede dankzij hun foto’s-in-bikini wereldwijd een miljoen volgers hebben. “Een instagramfoto van ons met een bekend merk kost al snel tussen de 200 en 500 euro.”

Een miljoen kijkers? Dat haalde Paul Codde met gemak, elke avond van de week. Het principe blijft eigenlijk gelijk. Dus veel heb ik niet geleerd op het Content Marketing Forum. Maar ik ben wel veel nieuwe woorden rijker, zoals ‘content marketing via productplacement door influencers’. Schnabbelen? Nope, dat woord is niet gevallen.